Columns

Omzien naar elkaar

De oudere journalist en ik ontmoetten elkaar vorige week bij het Café Français, waar het altijd even afwachten is of je bij iemand aan een tafel komt te zitten waarmee je een interessant gesprek – en ook nog in het frans – kunt voeren. Ik vind het fijn om de denkwereld van de ander te verkennen, het initiatief voor inhoudelijke gesprekken te nemen en het liefst stel ik diepgaande psychologische vragen, maar daar is niet iedereen blij mee.

Ik besloot het onderwerp ‘levensverhaal’ aan de orde te stellen en vertelde dat het mijne niet zo interessant was, behalve de kruispunten waarop ik mij had bevonden om een andere weg in te slaan. De journalist beweerde dat als hij mij een paar uur zou interviewen er zeker een interessant levensverhaal tevoorschijn kwam. Ik vroeg wat, sinds hij ouder was geworden, zijn belangrijkste les was. ‘Omzien naar elkaar,’ zei hij.

Hij zag dat bij het ouder worden mensen geneigd waren om zich terug te trekken, om verschillende redenen en hij vond dat we elkaar moesten blijven betrekken bij het sociale leven. Goh, dacht ik, wat een mooie, christelijke zin eigenlijk. Past helemaal in de geest van mijn opvoeding. En even was er niet die opdringerige herinnering dat dit vooral een ‘buitenkant’ gebeuren was in het kerkelijke milieu waarin in opgroeide.

Ik vroeg hoe dat er voor hem uitzag en hij vertelde hoe hij mensen letterlijk weer bij clubjes haalde, waar ze eerder lid van waren geweest. Het was een levensdoel geworden. ‘Wat mooi,’ zei ik. Het ontroerde me. Ik bedacht dat ik me ook langzaam maar zeker aan het terugtrekken was en vroeg me af of iemand mij zou komen halen als ik alleen was. En of ik dat eigenlijk wel zou willen, met de ervaring dat mensen weinig of geen oprechte interesse toonden in elkaar. Dus ook niet in mij.

Vandaag was de afscheidsdienst van een overleden vriend. Hij was 91 jaar geworden en hij toonde altijd belangstelling voor zijn omgeving. Ook voor mij. Na de dienst was er ruimte voor condoleren en gesprekken. De mensen die er waren ken ik al vele jaren. Maar de gesprekken gingen als vanouds over zien en gezien worden en ons kent ons. Het was weer duidelijk wie er wel en niet toe deed, wat onder andere moet blijken uit het lidmaatschap van een serviceclub (of met wie je getrouwd bent).

Bijdragen aan de samenleving en je inzetten voor filantropische doelen, die ver van het eigen bed liggen. Omzien naar elkaar. Tu parles.

– Maart 2026


Kerst als coalitieonderhandeling

Voor een geslaagde kerst zijn traditioneel drie ingrediënten nodig: familie, eten en sfeer. Dat klinkt overzichtelijk, totdat je familie blijkt te bestaan uit ingewikkelde mensen – of noem het vogels van diverse pluimage. Maar ingewikkeld betekent vooral: lastig te plaatsen aan tafel.

Omdat wij het grootste huis hebben en graag uitpakken, organiseren wij het kerstdiner voor zo’n twintig familieleden, inclusief aanhang. Dit lijkt een (gevuld) eitje. De enige voorwaarde die we stellen, is dat men feestelijk gekleed gaat en meebetaalt aan de zorgvuldig samengestelde gangen met bijpassende wijnen.

Familie suggereert een gemeenschappelijke noemer, maar die blijkt vooral een achternaam te zijn. In mijn geval: een Bourgondische B, die ook voor b-kwaliteit kan staan. Daarmee begint het kerstdiner als politiek experiment, want binnen onze familie blijken er twee partijen te zijn.

De Sociale Partij (SP) houdt van gemak en vindt warmte en gezelligheid belangrijker dan mooi gedekte tafels en culinaire hoogstandjes. Patat is prima, cola is okay, zolang iedereen het naar zijn zin heeft. De Partij voor de Kwaliteit (PvdK) verwacht juist gesprekken met inhoud, wijn met diepgang en verfijnde gerechten. Zij investeren; de SP consumeert. Althans, dat is mijn perceptie.

Het probleem: de PvdK nodigt uit, de SP fronst. Waarom zo formeel? Waarom zo duur? Voor minder geld kun je toch ook lekker eten? Waarom al die moeite? Wat volgt is geen kerstdiscussie, maar een begrotingsdebat. Ik vraag me af: is dit een cultuurverschil of een geldkwestie? Of allebei? Maar het gaat ook over verwachtingen: over investeren versus gevoerd worden.

Terugkijkend op mijn jeugd ontdek ik dat mijn overleden vader onmiskenbaar lid was van de PvdK. Hij kon goed koken, maakte de sauzen zelf en was kritisch op de keuze van producten en ingrediënten. Maar ook op zichzelf: als alles op was, had hij te weinig gemaakt, en als er eten overbleef, was de kwaliteit niet goed genoeg. Ik herken zijn hang naar perfectie.

Blijft de hamvraag: kan de PvdK samengaan met de SP? Is er compromispotentieel tussen kersttrui en karafwijn? Of eindigt het in bordjes op schoot, ergernis of existentieel ongemak met teleurstelling toe? Ben ik bereid om water bij de wijn te doen? Ik realiseer me dat zelfs het kerstdiner op een coalitieonderhandeling lijkt. Hoe democratisch stelt iedereen zich op?

Hoe geslaagd een kerstfeest wordt, hangt blijkbaar niet af van sneeuw of kalkoen, maar van de bereidheid om naar elkaar te luisteren, zelfreflectie te tonen en compromissen te sluiten, zonder onze eigenheid te hoeven verliezen.

December 2025

Want ik ben hier tóch!

Als voorstander van minimaliseren besteed ik uiteraard ook tijd aan digitale opruiming, mede omdat Apple me dwingt om anders extra Cloudopslag te kopen.

In dit geval wil ik mijn immer uitdijende digitale fotobestand terugbrengen tot een fijne collectie. De gestelde taak is om de beelden door te lichten en te beoordelen op de vraag: welk beeld is het waard om voor de geest te halen? Dit kan de stemmingsmeter in diverse richtingen doen uitslaan. Want er zijn herinneringen die een naar gevoel opleveren…

U denkt: welke ezel doet zoiets behalve degene die zichzelf wil stoten aan dezelfde steen omdat het zo prettig is als hij ermee op kan houden – ik citeer Herman de Coninck. Waarom die neiging om zichzelf te pijnigen? Ik antwoord: omdat de specht dwars door het harde hout hamert om bij de verse boomsappen te komen!

Dus scrol ik door een kleine zevenduizend foto’s, waarvan elk beeld een verhaal oproept: plaatsen waar ik op vakantie ben geweest (ik noem het kapstokjes), plaatsen waar ik met lustvolle blik naar fraaie flessen wijn en eetbare schilderijtjes kijk en verzucht: La vie se déroule autour de la table…
Ze mogen blijven.

Er zijn impressies van landschappen, weersgesteldheden, vogels, schapen, koeien, bomen en bloemen, zorgvuldig vastgelegd op mijn vele wandelingen door de seizoenen. Sommige beelden wil ik vasthouden op mijn digitale bureaublad, voor een associatie, een sfeer, een goed gevoel.
Ze mogen blijven.

Maar er zijn ook veel foto’s die pijn oproepen. Mijn episodisch geheugen kan het moeilijk aanzien: beelden van mijn moeder, mijn zussen en broer gedurende een decennium waarin ons gezin getroffen werd door ziekte en dood, verschillen van inzicht en scheiding der wegen. Onenigheid of rivaliteit over ‘word ik wel gezien en gehoord?’

Het snijdt en steekt en het lukt me niet om er met droge ogen naar te kijken. Het mengt zich met jeugdherinneringen die aan het traumatische grenzen. Maar volgens mijn moeder zou dat aanstellerij zijn. Dus twijfelde ik lang of het allemaal aan mij lag, dat gevoel van onveiligheid, het gebrek aan affectie of zorg.

Ik voel: het is niet de bedoeling dat ik hier ben. Ik ben niet van deze wereld, bezorg alleen maar last en ben geen goed gezelschap. Te aanwezig, te vrij, te ruimte innemend. Bovenal te ongepast in het durven zeggen wat ik zie, denk en weet. Ik ben niet welkom.
Deze foto’s mogen niet blijven.

Want ik ben hier tóch – teveel en te vrij!
Ik heb het vuur van de goden gejat
en ben de waarheid op het spoor,
al zijn mensen daar huiverig voor.


Want ik verstoor hun zoete dromen,
trek me niets aan van de macht
en al is dat juist mijn kracht,
niemand wil mijn boodschap horen… 


Want ik benoem wat ik zie.
En confrontatie willen mensen niet.


– November 2025

Ça vole, mais ça vole bas

Ik ben een beetje moe van mensen – dus ook van mezelf. Dan vraag ik me af: wat betekent het om op deze aarde te leven? Vrouwen vertellen me dat het om verbinding gaat. Mannen vinden het een rare vraag om te stellen. ‘Heb je niets beters te doen dan je dit soort dingen af te vragen?’ lijken ze te denken. Een bevriende kennis vond mij ‘indringend.’ Blijkbaar roep ik ongemak op. Of weerstand.

Maar ja, ik sta bekend als de Grote Vragensteller. Ik had beter journalist kunnen worden, dan is het tenminste legitiem. Daarom wend ik me soms tot filosofen, die ook man kunnen zijn, om erachter te komen waar het leven over gaat en of dat strookt met hoe ik het ervaar. Schopenhauer is er één van. Hij troost me met de gedachte dat ik niet de enige ben die niet zo positief is over de mensheid.

Schopenhauer sluit aan bij mijn wereldbeeld: die van een existentiële desillusie, vol nihilisme en destructieve leegte. Ik noem het graag de geestelijke armoede van de westerse mens.  We hebben geen oog voor wat we krijgen van moeder aarde. We gooien roet in ons eigen eten en putten de aarde uit. Langzame zelfdestructie. We zouden een morele verplichting moeten voelen jegens degene die ons voedt, maar we zijn schaamteloos egoïstische parasieten.

Ondertussen bevindt er letterlijk onder ons een voor het blote oog onzichtbare wereld: het mycelium. Een ondergronds netwerk van schimmeldraden die samenleven met bomen en planten. Op de tentoonstelling Wij zijn natuur in Singer Laren naar het gedachtegoed van Prinses Irene van Lippe-Biesterfeld, wordt aandacht gevraagd voor de diepgaande relatie tussen mens en natuur.

De tentoonstelling nodigt uit om niet alleen te kijken, maar ook te reflecteren op de eigen relatie met de natuur. Er wordt verzocht tot stilte, zodat er ruimte ontstaat voor verwondering, bezinning en verbinding. Hoe veelzeggend is het dat ik juist afgeleid en overprikkeld wordt door andere bezoekers. En nog erger: ik maak dan foto’s opdat ik de tentoonstelling later in een rustiger omgeving kan zien. Dat was natuurlijk ook niet de bedoeling…

Ondanks mijn vele wandelingen en behoefte aan rust, ben ik zelf een schaamteloos product van deze tijd. Ik schreeuw om stilte. Ik wil minder mensen om me heen en betere connecties aangaan met niet-mensen. Zorgen voor een stukje aarde, voor vogels, rivieren en lucht. Voor oude stenen, voor bomen, voor planten en bloemen. Voor spinnenwebben, voor eenvoud, voor datgene dat van alle tijden is, dat ons lijkt te dienen, maar dat wij slechts in bruikleen hebben als erfgoed.

Ik zoek een fort of toevluchtsoord, een ‘castellum’, om me terug te trekken. Car l’être humain, ça vole, mais ça vole bas.

– Juli 2025

Mijn soort mensen…

Mijn soort mensen is een zeldzaam ras. We zijn die paar individuen die met gefronste wenkbrauwen de massa observeren en denken: Waarom? Waarom lopen ze allemaal achter dezelfde hype aan? Waarom praten ze populistische volksvertegenwoordigers na? Waarom delen ze meningen alsof het kortingsbonnen zijn?

Msm vindt small talk een marteling en standaard antwoorden een belediging. “Hoe gaat het?” “Druk, druk, druk.” Dat zegt iedereen. Wij denken: Druk waarmee? Je Instagram-feed liken? Aan je schermverslaving toegeven? Voor nieuws, nutteloze berichten? Je verveling weg scrollen?

‘Hoe ziet jouw gemiddelde dag eruit?’ vraag ik uit professionele belangstelling. ‘Vergaderen’, hoor ik dan. Belangrijke baan, denken wij vervolgens. We vragen maar niet waarover, want dan is het antwoord: ‘Hahaha, heb je even?’ Wij denken: Bullshit baan, zeker? Of gewoon manager? Laat maar dus.

We hebben een allergie voor clichés en krijgen jeuk van positiviteitsgoeroes met spirituele quotes, vooral als ze ons met veelbetekenende blik aankijken. Hoewel jeuk ook een cliché voor ergernis is, net als uitslag, dus daar moet ik nog iets anders op verzinnen. Het is dus niet altijd gemakkelijk om autonoom gedrag te vertonen, terwijl genoeg mensen zichzelf “authentiek” noemen en ondertussen een copy-paste bestaan leiden. Maar dat zelf niet door hebben.

Toch zijn we ook zelfbewust genoeg om te weten dat we niet heilig zijn. We betrappen onszelf soms op een platitude, een opgetrokken wenkbrauw, een vermoeide zucht. Misschien, heel misschien, denken anderen over ons hetzelfde als wij over hen: dat ons leven inhoudsloos is. En dat… dat is een beangstigende gedachte.

Dus doen we wat we het beste kunnen: observeren, reflecteren, een beetje klagen – en stiekem hopen dat er meer van ons soort mensen zijn dan we dachten.

– April 2025