Kantlijntjes

– Leven aan de rand van gedachten en fluisteren observaties in –

Afgelopen week stond er een artikel in het NRC over een jongen die er geen probleem mee had dat hij eenzaam was. Of als zodanig werd gezien. Ik veerde meteen op, want ik vind dat het begrip ‘eenzaamheid’ een te negatieve connotatie heeft. Het schijnt een soort kwaal te zijn waar je aan kunt lijden. Zonder dat je het wil krijg je het stempel dat je zielig bent en daar moet wat aan gedaan worden. Want de mens is een sociaal dier. Wat een gemeenplaatsen…

Het meest eenzaam was ik toen ik niet alleen was. Ik zat in een relatie waar ogenschijnlijk niets mis mee was. We hadden een groot sociaal netwerk, we deden ‘leuke dingen’ en waren open tegen elkaar. Toch miste ik iets, maar ik kon er niet goed de vinger opleggen. Achteraf denk ik dat zijn ideeën over de toekomst mij benauwden. Hij wilde mij in een gouden kooitje zetten, maar dat wilde ik niet. Ik ga dat verder niet uitleggen, maar hij was boos dat ik ‘de enige vrouw was, die geen prinses wilde zijn’.

Als ik situaties zie – trouwerijen bijvoorbeeld – waar ik mensen in de illusie van het paradijs zie tuinen, dan roept dat meteen weerstand bij me op. Hoe mooier de entourage, hoe romantischer het beeld, hoe meer toeters, bellen en tranen wellen, hoe eenzamer ik mij voel in de zin van een gemis aan echt contact, weten wat er bij de ander leeft en vice versa. Komen we nog wel bij elkaar binnen zonder al dat theater wat social media met zich meebrengt?

Wat is een betekenisvolle relatie? Ik kan niet begrijpen dat mensen genoeg hebben aan gezelschap ‘an sich’. Nabijheid dus, zoals een golden retriever die met je meeloopt en aan je voeten ligt. Niets zeggen is okay. Maar voor iemand die houdt van debatteren, uitgedaagd worden en op zoek te gaan naar ‘slijpstenen voor de geest’ is het dodelijk. Dus als ik de keuze heb, ben ik liever alleen.

Augustus 2025