Ik wil iets zeggen dat niet makkelijk is om te schrijven, maar wel nodig voelt. Ik besef dat ik niet altijd de makkelijkste ben om dichtbij te hebben. Ik denk veel, voel scherp, en leg de lat hoog – niet alleen voor mezelf, maar ook voor de mensen om me heen. Soms te hoog.
Wat ik in vriendschap zoek is resonantie, openheid, maar ook zelfreflectie en eerlijkheid. Gesprekken waarin we onze geest kunnen slijpen: onderzoekend of intellectueel uitdagend, reflecterend op de wereld en onszelf, zodat we nieuwe inzichten kunnen opdoen. Ik heb moeite met doen alsof alles goed gaat terwijl het wringt. Misschien alleen voor mij.
Als ik me teruggetrokken heb of me kritisch heb uitgelaten, dan was dat nooit uit onverschilligheid. Meestal juist uit teleurstelling, of omdat ik voelde dat er geen betekenisvolle uitwisseling van gedachten was, zoals ik hoopte. Maar dat zegt misschien net zo veel over mijn eigen verwachtingen als over jullie. Ik wil graag wat leren, maar als we elkaar niet begrijpen dan voel ik me machteloos.
Ik wil sorry zeggen voor momenten waarop ik te kritisch was, te ongeduldig of te weinig ruimte liet voor wie jullie zijn. Voor als ik te veel bezig was met wat klopt of wat bezielt in plaats van wat verbindt. Er zijn zoveel misverstanden. Er wordt te weinig nagedacht, teveel voor vanzelfsprekend aangenomen. Alhoewel ik nooit in verwachting ben geweest, ben ik er wel hoog aan ten prooi gevallen. Maar hoe kun je zonder verwachting zijn, ook al weet je dat het een probaat middel tegen teleurstelling is?
Het voelt ongemakkelijk, maar ik wil eerlijk blijven over wie ik ben. Ik kan niet goed functioneren in relaties die goedbedoeld zijn, maar waarin ik niet voel dat we op dezelfde golflengte zitten, waarin bewustzijn ontbreekt of waar het gesprek alleen over koetjes en kalfjes gaat. Aanwezigheid is niet genoeg of zelfs pijnlijk als ik iets mis in het contact. Ik betreur dat, maar het is niet anders.
Toch denk ik geregeld aan jullie. Niet om het verleden te herhalen, maar omdat ik geloof dat er altijd iets waardevols schuilgaat onder wat ongemakkelijk is. En dat terugtrekken zinvol kan zijn om ruimte te maken voor iets anders. Misschien is het tijdelijk, misschien niet. Dan hebben we in elk geval een tijdje samen opgelopen.
Dank dat jullie er ooit waren, op welke manier dan ook. Ik wens ons allemaal relaties die eerlijk, bewust en voedend zijn – ook als dat betekent dat we op verschillende paden terecht komen.
Alle goeds,
Anje
Foto: Le Bas Ségala (Aveyron), waar wegen ongemerkt uiteenlopen – september 2025
De prijs van eerlijkheid
In aansluiting op het voorgaande reflecteer ik op wat ik oproep.
Eerlijkheid heeft geen prijskaartje, maar kost wel degelijk iets. Niet in euro’s, maar in waarden: vertrouwen, integriteit, helderheid. Het is een eigenschap die relaties sterker kan maken omdat mensen voelen dat je oprecht bent. Wie eerlijk leeft, hoeft ook geen muren van halve waarheden te onderhouden, een hobby waar veel mensen zich ongemerkt (of onbewust) dagelijks aan wagen.
Maar eerlijkheid is ook een risico. Als je zegt wat je wil zeggen dan kan dat choqueren of simpelweg slecht vallen. Soms is het uitspreken ervan een uitnodiging tot conflict. Soms kost het een vriendschap, een rustige avond, of de illusie dat je het iedereen naar de zin kunt maken. Ook als ik me voorneem iets niet te zeggen omdat het onverstandig is, dan zeg ik het vaak toch.
Geregeld komt mijn onvervalste eerlijkheid mij als een boemerang terug in het gezicht. Dan voel ik me rot dat dit anderen kwetst. Ik denk daarover na en probeer mijn woorden beter te wegen. Desondanks kom ik tot de conclusie dat mijn openhartigheid een hogere waarde heeft dan de frictie – ook bij mezelf – die ze veroorzaakt. Ze dwingt mij tot verantwoordelijkheid: als ik uitspreek wat voor mij waar is, moet ik de gevolgen dragen.
Het is precies díe last – en díe helderheid – die kostbaar maakt. Ik betaal ervoor, maar krijg er een leven voor terug dat in overeenstemming is met wie ik ten diepste ben.
November 2025
De innerlijke Criticus
Dit gaat weer over jullie. Deze keer vanuit een andere invalshoek.
Ik voel me geregeld geïrriteerd, teleurgesteld of zelfs gefrustreerd en dat heeft – hoe verrassend – altijd met andere mensen te maken. Zij zien niet wie ik ben en hebben geen idee wat ik belangrijk vind. Mijn innerlijke criticus zegt dat het ze ook niet interesseert. Ergernis werkt als gif, waarmee de schorpioen zichzelf kan doden.
Hardnekkig blijf ik hopen dat anderen net zo’n oprechte belangstelling voor mij hebben als ik voor hen. Ik verwacht wederkerigheid, intellectualiteit en diepgang. Ik stel vragen, zoek overeenkomsten en wil graag leren van de ander. Maar meestal kom ik van een koude kermis thuis. Het gebrek aan interactie maakt me boos.
Mijn hoofd is mijn uitkijktoren, mijn superkracht, mijn overlevingsstrategie. Analyseren, begrijpen, duiden: ik reflecteer mezelf kapot. Gevoelens mochten er vroeger niet zijn, maar dat vind ik eigenlijk een smoes. Daarin ben ik hard voor mezelf. Als kind heb ik het draadje tussen mijn hoofd en mijn hart doorgeknipt. Dat was veiliger in een omgeving waar elk moment een ontploffing kon plaatsvinden. (Bah, deze zin maakt me verdrietig.)
Drie strategieën als reddingsboei.
1. De ‘hoofdoplossing’. Irritatie is dan een vorm van gemis, zelfs honger, die om voeding vraagt: gesprekken met ontwikkelde mensen waarvan ik kan leren en zij van mij. Mensen die letterlijk en figuurlijk over grenzen denken. Ik moet dan contact vermijden met mensen die niet goed voor mij zijn. Het gif van ergernis moet een kompas worden.
2. De praktische. Wandelen, ingevingen krijgen, waken voor ongezonde invloeden. Blootstelling aan mensen die niet goed voor mij zijn beperken. Als schrijver kan ik er een ironisch antropologisch experiment van maken over ‘de mens in zijn natuurlijke habitat’. Creatieve afvoer als methode om irritatie als materiaal te gebruiken. Schrijven, observeren, columniseren. De spot drijven ligt mij goed; de onderwerpen liggen op straat.
3. Dan de derde en moeilijkste opgave: de verbinding met mijn hart herstellen. Verschuiven van rood naar geel in mijn stemming. Geen oude kinderpijn op anderen projecteren, maar verdriet kunnen voelen in plaats van boosheid. Frustratie kan een vorm van eenzaamheid zijn; dat is de kwetsbare laag. Ik mag anderen niet verwijten wat ik mis.
Mijn hoge standaard maakt mij hard voor mezelf. En dan wordt de wereld vanzelf een teleurstelling. De opdracht is dat ik mezelf niet steeds hoef te veroordelen omdat ik kritisch ben. En dat ik ophoud met het cultiveren van ‘onaardig gedrag’ omdat dit zogenaamd het beste past bij eerlijkheid. Altijd het mes hanteren, tot zelfverwonding toe.
De wereld hoeft mijn maatstaf niet te delen om die geldig te maken. En verdraagzaamheid is geen verplichting tot sympathie. Het is tijd voor vrede in mijn hart, zonder mezelf voor ‘watje’ uit te schelden. Lukt het om mijn innerlijke criticus zachter te zetten?
8 februari 2026
